«Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 ... 9» Volgende» » Dia voorstelling
k00203.jpg
twiske-1940v; 6-11-2022 16:34:14 naar TNG; landnamen 't Veen vóór 1940; gebied Twiske; uit de verzameling van Gerrit Jan van Tongeren, Gzn (I8761) (x Jannie Langenberg); scan oudheidkamer dd 29 september 2005;
Bij de vele boeren van 't Veen vormden de stukjes land een wezenlijk deel van hun leven. Ze maakten deel uit van hun gesprekken. Elk stukje had een naam. Deze namen werden vroeger vermeld op de koopakten, maar aangezien deze moeilijk te achterhalen zijn, kunnen de meeste landnamen die op de lijst voorkomen bij de kaart van ’t Veen, slechts ongeveer gelokaliseerd worden. Hoewel de wateren landnamen uit een nabij verleden stammen, is slechts van enkele bekend welke betekenis eraan gehecht werd. Hun oorsprong was meestal echter vrij simpel, zodat er ondanks de weinige overgeleverde kennis, nog veel uit kan worden opgemaakt.
Op enkele uitzonderingen na werden sloten inderdaad sloot genoemd met een toevoeging: snoeksloot, waversloot, kerksloot enz. Uitzonderingen waren het Twiske, wat verbindingswater betekent. Banscheiding werd een sloot genoemd als daarin de grens lag tussen de bannen Landsmeer en Ilpendam. Een laak of een leek is een waterloop. Een dors is meestal een grillig lopend verbindingswater, wat grote sloten kruist. Het land in ’t Veen bestond uit ekkers en dellen. Ekkers zijn smalle, niet verveende stroken land. Dellen waren eens de door vervening ontstane sloten, die door verlanding in de loop der jaren zijn dichtgegroeid.
Op de lange duur worden akkers en dellen opnieuw een geheel. Voor het zo ver is, blijft de planten mat van de del bij elke stap onder je golven.
Strengen zijn vrij liggende en nogal brede en lange ekkers. Poten zijn ekkers. Een driepoot bijvoorbeeld bestaat uit drie ekkers en twee dellen.
Een stuk land wordt stikkie in het dialect en kamp onder Latijnse invloed. Ven is een nevenvorm van veen en betekent weide in het Oudfries.
Bolok is een verzameling van stukken land die door dammen onderling zijn verbonden. Een polder is een blok met een lagere waterstand dan de omringende sloten, en waarin dit lage peil in stand wordt gehouden door een molen.
De plassen ontstonden merendeels door verveningen en worden poel, gal of gaatje, wijd, braak of breek, en droogt of droogte genoemd Wijde of wijd is een plas die ontstaan is door vervening. Braak of breek is opengebroken land, hetgeen in dit geval is ontstaan door vervening. Droogt of droogte is een ondiepe, met bagger gevulde plas.
Mensen vernoemd.
Moeilijker is het thuisbrengen van het gedeelte van de naam wat het onderscheid bewerkstelligt. Veelal zien we hierin de namen verschijnen van mensen die er op een of andere manier iets mee te maken hebben gehad. Sloten die de weg kruisten, kregen veelal ter aanduiding de naam van degene die toevallig dicht bij dat kruispunt woonde. Wellicht moeten meer gegevens daarover zijn te vinden in het bevolkingsregister.
Piet van Bergen
Ook stukken land kregen op die manier hun naam. Zo was er bijvoorbeeld het „stikkie achter Wim”. Voor de oorlog bestond achter in de Haal het winkeltje van Piet van Bergen. Het was een scheefgezakt huis, waar de klemmende winkeldeur bij het opengaan een bel liet rinkelen. De suiker en dergelijke artikelen werd nog uit houten bakken geschept en in het vaatje stroop stond een grote pollepel, om de stroop in door de klanten meegebrachte potten te scheppen. Vervallen ais het zaakje was, heeft het de grote crisis niet lang overleefd. Na de sloop zochten de schooljongens nog dagenlang naar geldstukken die eens door de naden van de vloer waren gegleden.
Piet van Bergens moeder heette Wim. Door haar had het stukje land zijn naam gekregen.
Ouwe Grop.
Over het land van Evie Hein valt nog te vertellen dat Evie’s man Brouwer heette en ouwe Grop genoemd werd. Hij is honderd jaar geworden. Hij had 13 kinderen.
Bijnamen zijn vroeger steeds gebruikt om duidelijker onderscheid te maken onder de vele gelijkluidende persoonsnamen. Bij het zoeken van namen in het bevolkingsregister, zal men deze dan ook niet altijd tegenkomen.
In de namen van de stukjes land vindt men ook de bijnaam van de vooroorlogse gastarbeiders terug. „Poepen” werden de seizoenarbeiders genoemd die uit het oosten van het land afkomstig waren. Hoewel deze mensen veelal op de arme zandgronden een eigen bedrijfje hadden, gingen ze toch elk jaar, gedurende de hooimaand naar de westelijke provincies om wat extra’s ter verdienen.
Ondanks dat zij landgenoten waren, verschilde hun dialect zodanig dat zij toen werden bekeken zoals de buitenlandse gastarbeiders nu. Behalve de gezamenlijke warme maaltijd in het boerengezin was er weinig contact met de werkgever. Ze kwamen dan ook niet voor de gezelligheid, maar slechts om wat bij te verdienen in de wetenschap dat bij hen thuis op het eigen bedrijfje de dingen voortgingen onder leiding van moeder de vrouw.
Voor dag en dauw gingen ze met een „stikkezakkie” met brood en een pot koude thee het land in waar het maaigereedschap - de zeis en de strekel, de haarhamei en het haarspit — veelal reeds lagen te wachten. Pas vlak voor de warme hap keerden ze terug. Na de maaltijd streken ze al gauw de vermoeide ledematen op de strozak die in de stal of op de hooizolder tol slaapplaats diende.
| Eigenaar/Bron | afdeling Genealogie, Joop Giesendanner © Stichting Oudheidkamer Oostzaan |
| Datum | vr 1940 |
| Bestandsnaam | k00203.jpg |
| Bestandgrootte | 412.11k |
| Dimensies | 1560 x 1233 |
| Verbonden met | Dirk Brouwer, Dzn; Levend; Levend |
«Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 ... 9» Volgende» » Dia voorstelling
Deze site werd aangemaakt door The Next Generation of Genealogy Sitebuilding v. 15.0.2, geschreven door Darrin Lythgoe © 2001-2026.
Gegevens onderhouden door Bauke Folkertsma.